Ons verhaal 1
De oprichtingsvergadering van de AKV Midden
Nederland is gehouden op 6 december 1954 in “Het Haasje”te Bant. Het voorzitterschap wordt waargenomen door de heer M.J. Rademakers. Er zijn 30 personen aanwezig waaronder de heer H. Leenders (secr. van de Nedelandse Kwekers Bond), de heer Zingstra (C.O.A.), Ir G.A. Thijn (S.V.P.) met zijn medewerkers. Ir. G. Salentijn, N.A.K., Noordoostpolder met enkele personeelsleden, vervolgens vertegenwoordigers van het consulentschap, de pers en voor zover na te gaan, alle in de N.O.P. werkzame kwekers.
Lees hier het verslag.
Uit Overijssel zijn geen kwekers aanwezig. De voorzitter geeft een korte toelichting op het voorstel tot oprichting van “een vereniging voor aardappelkwekers” in de NOP en Overijssel. Het is gewenst de aardappelkwekers in groepsverband bijeen te brengen in provinciale verenigingen om onderlinge contacten te vergemakkelijken en gezamenlijke problemen in meer besloten verband naar voren te brengen. Dr. ir. Feekes geeft hierop aanvulling: Voorheen bestond de N.K.B. naast de vakgroep kwekershandelaren. Bij onderlinge afspraak hield eerst genoemde zich in de eerste plaats bezig met meer economische aangelegenheden. Inmiddels is 5 jaar geleden de Stichting voor Plantenveredeling (SVP) onstaan en op belangrijke wijze gefinancierd door het bedrijfsleven en de staat.
Beproeving in het buitenland naar Feekes en Haisma.
Bestuur 1955
M.J. Rademakers voorzitter
W. Feekes secretaris/penningmeester
J.A. Crebas alg lid
F.J. Bruinsma alg lid
Colijn assistent secretaris
Ir. G.A. Thijn adviserend lid
Ons verhaal 2
Werkzaamheden van de vereniging
Bespreking van de resultaten van de werkgroep aardappelen van de N.K.B. (en de SVP) De heer M.J. Rademakers is lid van genoemde werkgroep.
Kweekdoel
Het kweekdoel lag bij de oprichting van de vereniging nog sterk op het vinden van een goed consumptieras. Lange tijd is er gezocht naar een Bintje vervanger. De opkomst van de aardappelmoeheid en de mogelijkheden van resistentie in te kruisen bracht daar verandering in. Ook de verdeling op Phytophthora resistentie had in de begin jaren veel aandacht. Met het doorbreken van de Resistentie factoren en de steeds betere gewasbeschermingsmiddelen daalde de aandacht. AM kwam op de eerste plaats. Het keerpunt ligt rond 1980, waarna Phytophthora hernieuwde aandacht krijgt.
De opkomst van de verwerkende industrie, vooral de verwerking tot frites, heeft aanvankelijk weinig invloed op de kweekactiviteiten. Dat zal mede gekomen zijn door de geschiktheid van het ras Bintje voor de industrie. Echter, na het droge jaar 1976, met de enorme luizenvluchten die hoge percentages afkeuringen tot gevolg had, is er meer gekweekt op andere frites geschikte rassen met brede resistenties tegen virus, AM ros en pal en Phytophthora.
De 2e 25 jaar
Bij de overheid is het beleid “bezuinigen, bezuinigen”
een zwaarwegend motto. Prioriteit en Profijtbeginsel
is het motto. Landbouwkundig onderzoek wordt
gereorganiseerd, instituten worden afgebouwd of
gesloten. De handelshuizen nemen steeds meer
taken over. Ook het rassenonderzoek aardappelen
moet op een andere manier gestalte krijgen. Cultuur-
en gebruikswaardeonderzoek C.G.O. wordt door de
NAK tuinbouw opgezet. Zowel kleine tot
middelgrote kwekers alsmede grote handelshuizen
zijn betrokken bij de kwekersvereniging.
Ons verhaal 3
Voorbeproeving
De voorbeproeving heeft de laatste jaren in haar opzet geen verandering ondergaan. We zijn nog steeds te gast op de proefboerderij van de NAK. De heer Grovenstein heeft tien jaar lang de begeleiding en verzorging van het proefveld voor zijn rekening genomen. In 1998/99 heeft dhr. Boxen dit gedaan en vanaf 2000 was de heer Obbink hiervoor verantwoordelijk voor. Sinds 2007 is dhr. Pieter vd Schaaf hiervoor verantwoordelijk.
Rassen
Gedurende zeventig jaar hebben de leden een respectabel aantal rassen op de Nederlandse Rassenlijst weten te krijgen.
Hier een overzicht.
Potato Pedigree klik hier
Omvang Proefveld
1958 52 zaailingen
1965 66 zaailingen van 15 kwekers
1975 82 zaailingen van 19 kwekers
1985148 zaailingen van 35 kwekers
1994110 zaailingen van 22 kwekers
2019 66 zaailingen van 17 kwekers
2020 76 zaailingen van 16 kwekers
waarvan 33 bionummers
2021 76 zaailingen van 17 kwekers
waarvan 24 bionummers
2022 80 zaailingen van 13 kwekers
waarvan 26 bionummers
2023 65 zaailingen van 16 kwekers
waarvan 23 bionummers
2024 62 zaailingen van 15 kwekers
waarvan 22 bionummers
2025 87 zaailingen van 16 kwekers
waarvan 28 bionummers